Als werktuigbouwkundige kun je werkelijk alle kanten op. Denk er maar eens over na, alle gebruiksvoorwerpen en machines om je heen zijn immers door iemand verzonnen, ontwikkeld en gemaakt. En dat is nou precies wat een werktuigbouwkundige doet! Bijvoorbeeld in de auto-industrie, machinebouw, scheepvaart maar ook als ontwerper van rolstoelen of robots.
Na je opleiding kun je meestal meteen aan de slag in een boeiende baan. Bijvoorbeeld als ontwerper, ontwikkelaar, technisch adviseur, medisch ingenieur of constructeur. Misschien zie je jezelf juist eerder in een technisch-commerciële functie of als zelfstandig ondernemer, als baas van je eigen ingenieursbureau? Werktuigbouwkundigen zijn zeer gewild op de arbeidsmarkt in Nederland en daarbuiten.
Eerste jaar
In het eerste jaar volg je technische basisvakken als warmteleer, wiskunde, mechanica, materiaalkunde en productietechniek. Maar ook vakken als bedrijfseconomie, kwaliteitszorg en communicatie komen aan de orde. Alles wat je in dit jaar leert, pas je toe in praktijkgerichte projecten.
Tweede jaar
In het tweede jaar volg je meer specifieke werktuigbouwkundevakken. Je leert over energietechniek, materiaalkunde, regeltechniek, ontwerpen en construeren. Je blijft je opgedane kennis steeds gebruiken in projecten. Zo krijg je inzicht in mogelijke werksituaties binnen je vakgebied.
Derde jaar
In het derde jaar loop je twee keer vijf maanden stage. De eerste stageperiode is oriënterend, de tweede specialiserend. Vanaf dit jaar kun je ook twee studieroutes kiezen: verkeersvlieger of nanotechnology.
Vierde jaar
Het laatste jaar bestaat uit twee delen. In de eerste helft van het jaar volg je de minor van je keuze. In de tweede helft van het jaar werk je bij een bedrijf aan je afstudeeropdracht.